Zoeken naar waarheid vergt lef

29 Nov 2015

Psychoanalyticus en leiderschapsdeskundige Erik van de Loo pleit voor meer moed in raden van commissarissen. Alleen zo achterhaal je de waarheid.

 

Raden van commissarissen streven naar wijze oordeelsvorming. Over leiderschapskwesties, remuneraties, reputatie en opvolging, om maar een paar zaken te noemen. Maar ook over de performance van de organisatie, nu en in de toekomst. Toekomstig succes laat zich helaas niet met mathematische precisie vaststellen. Natuurlijk blijven flowcharts, meetbare milestones en rekenmodellen geweldige instrumenten, maar in een tijd waarin zo weinig zeker is, waarin we razendsnel antwoorden moeten formuleren op maatschappelijke en technologische uitdagingen, komen we er niet met de harde gegevens alleen.

Je zult als commissaris ook je eigen intuïtie en die van je medecommissarissen moeten volgen, als onderdeel van een brede reflectie. Je zult halve gedachten, twijfels, indrukken en speculaties serieus moeten nemen. Die oogst je door tegenspraak te organiseren. Zo leert een raad, als het goed is, naast logisch te redeneren ook te reflecteren.

Evolutionair belast

Bij tegenspraak krijgt degene die van nature de lakens uitdeelt in een raad weerwoord. Meestal is dat de voorzitter, soms zijn het twee opinieleiders. Tegenspraak, de term klinkt mooi en logisch; vraag de gemiddelde commissaris of bestuurder ernaar, en je zult horen dat ze er ‘vanzelfsprekend’ voor openstaan. En dat geloof ik ook. Maar tegelijkertijd komt het je niet aanwaaien; je zult tegenspraak actief moeten organiseren. En dat gaat in tegen onze natuur.

Ten eerste doordat groepen in zekere zin evolutionair belast zijn. In een groep overleef je, en om een groep in stand te houden moet je het samen eens zijn, moet je loyaliteit tonen aan de groep. Er bestaat dus een zekere instinctieve neiging tot convergeren, tot aanpassen. Een groep als arena waarin je met elkaar knokt, is van daaruit bezien niet erg behulpzaam. Daarbij speelt ook een rol dat topmensen soms niet bovenop de ‘apenrots’ zijn beland door geduldig hun oor te luisteren te leggen bij anderen. Ze zijn besluitvaardig en nemen hun verantwoordelijkheden serieus. In het slechtste geval hebben ze in hun carrière een sterke voorkeur ontwikkeld voor eenduidige oplossingen, en zien ze waarschuwingen en ‘ja, maar’ standaard als tekenen van zwakte, oponthoud en tegenwerking. Om dan een stap opzij te zetten voor mensen in de raad die naar hun gevoel zand in de machine gooien, dat ligt lastig. Helemaal als ze in hun ogen jong, gespecialiseerd en onervaren zijn, of als ze niet uit het eigen netwerk met bekende mores komen. En andersom geredeneerd, om met een dominante voorzitter aan het hoofd van de tafel een tegengeluid te laten horen: dat vergt behoorlijk wat moed.

De moed tot waarheid spreken omschreven de oude Grieken ook wel met de term parrhêsia, het vrijmoedige spreken. Het gaat daarbij nadrukkelijk om je persoonlijke waarheid, oftewel the truth with signature of self. Met het uitspreken van je persoonlijke waarheid loop je de kans de eenheid in de groep te ondermijnen. Je wordt misschien als een sfeerverpester gezien en loopt het risico op een zijspoor terecht te komen, in het ergste geval uit de groep gezet te worden. Een begrijpelijke reactie is dan stilzwijgend in te stemmen terwijl je het toch niet eens bent met een besluit. Ik noem dit ook wel liegend zwijgen. Je neiging om een conflict uit de weg te gaan en dilemma’s te omzeilen vermindert hier de kwaliteit van de besluitvorming. Daarvoor zit je natuurlijk niet in een raad van commissarissen.

Als voorzitter heb je de opdracht om de belemmeringen om vrijuit te spreken weg te halen. Dat kun je doen door simpelweg niet iedere vergadering te beginnen met je eigen beschouwingen uit de losse pols, want die kunnen de mede-commissarissen de moed tot spreken benemen. Laat stiltes vallen, luister en vraag geïnteresseerd door als iemand een afwijkend signaal afgeeft, hoe klein ook.  Een andere manier om tegenspraak op te roepen is de voorbespreking. Een onderonsje vooraf met de commissarissen waarin je losjes polst hoe de anderen tegen de agenda aankijken. Wat vinden ze van de onderwerpen, is de agenda wellicht te vol, staan de onderwerpen in de goede volgorde, wat is hen opgevallen bij de besprekingen in de vorige vergadering? Is er genoeg tijd voor reflectie? Wat zegt hun gut feeling over een onderwerp dat gevoelig ligt?

Je kunt meerdere soorten waarheid onderscheiden. De belangrijkste in dit verband zijn de technische waarheid (‘zo moet je een jaarrekening niet lezen’, ‘zo hoor je een goede brug te bouwen, en niet zo’, ‘dit plan is niet goed doorgedacht’) en de ethische waarheid (‘dit deugt niet’, ‘dit is niet integer’). In mijn optiek is het zaak deze twee vormen van persoonlijke waarheid bespreekbaar te maken in de groep. Dat daarbij ogenschijnlijk domme vragen naar voren komen, en dat mensen ‘het gewoon niet snappen’ is alleen maar goed. Ik kan me voorstellen dat dit het geval is als iemand vanuit zijn specifieke ervaring, bijvoorbeeld als financieel expert, een simpel vraagteken plaatst bij een onderwerp waar hij of zij niet in thuis is, bijvoorbeeld marketing. Zo’n vraag opent vaak een nieuw raam op de werkelijkheid, vooral als blijkt dat anderen een vraagstuk dan bij nader inzien toch ook niet helemaal blijken te doorgronden.

Time-out

Voorop moet staan dat iedere waarheid slechts een puzzelstuk is in het geheel en dat niemand de totale waarheid in pacht heeft. Vanuit dat respect moet een uitwisseling van gezichtspunten op gang komen. Ieder vraagstuk kent minstens twee oplossingsrichtingen. Denk aan een kortetermijnbenadering en een langetermijnbenadering, een resultaatgerichte oplossing en een mensgerichte oplossing, een positief en een negatief scenario. Het is de kunst van de commissaris – en een raad in z’n totaliteit – om die verschillende kanten van de medaille zichtbaar te maken en enige tijd naast elkaar te tolereren. Als basis voor reflectie.
Neem er dus geen genoegen mee als die ogenschijnlijk tegengestelde ideeën niet vanzelf op tafel komen. Ben je het snel met elkaar eens, is een overleg prettig en soepel verlopen zonder discussie? Vraag dan om een time-out, leg de boel stil en laat je innerlijke stem klinken: ‘Hier klopt iets niet. Hier ontbreekt nog iets.’ Precies dat gevoel, daar begint het allemaal mee. Dat is je eigen advocaat van de duivel, die moet klinken nog voordat je de moed hebt om je uit te spreken. Mijn vraag is dan ook: schuilt er een goede advocaat van de duivel in jou?

Door Erik van de Loo
RAAD Magazine Nr. 1, juli 2015

Deel dit bericht

Deze website maakt gebruik van cookies.

Door gebruik te blijven maken van de website gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

KPMG gebruikt cookies voor o.a. de volgende doelen: beveiligen van de website; optimaliseren van de website en de dienstverlening door o.a. analyses websitegebruik en statistieken; integratie met sociale media waardoor bezoekers informatie op onze website kunnen delen via sociale media en e-mail.

Wilt u meer weten over deze cookies lees dan onze Online Privacy Statement

Akkoord