Essay

Wat is welvaart? Kijk verder dan de winst

11 Dec 2018

Als maatstaf voor welvaart voldoet het Binnenlands Bruto Product (BBP) niet langer meer. Rutger Hoekstra, wetenschappelijk directeur True Value bij KPMG, pleit voor een nieuw meetsysteem voor maatschappelijke welvaart.

Dat het BBP niet afdoende is om maatschappelijke welvaart te meten, weten we al vijftig jaar. Het BBP is een goede maatstaf om de omvang van de economie te meten, maar laat belangrijke zaken zoals welzijn, duurzaamheid en ongelijkheid buiten beschouwing. Ook gezondheid, onderwijs en sociale cohesie worden onvoldoende meegenomen, terwijl deze factoren zeer belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving. Economen en beleidsmakers zijn het erover eens dat het anders moet. Maar hoewel er al honderden alternatieven zijn bedacht, lukt het ons niet een eenduidig systeem te hanteren. Ik onderzoek waarom het BBP erin slaagde zo’n invloedrijke indicator te worden, en waarom dat andere meetsystemen nog niet is gelukt.

Eén taal

Het BBP kwam in de jaren dertig van de vorige eeuw in zwang, na de grote depressie en in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Economen in Amerika en Engeland gebruikten het BBP om de crisis van de jaren dertig te beheersen en de oorlogseconomie te organiseren. Hoe kon je een oorlogsindustrie opzetten zonder de reële economie te schaden? Door de oorlogsproductie te verdubbelen, zou de inflatie bijvoorbeeld toenemen. Tijdens de wederopbouw in de jaren vijftig ontwikkelden economen wereldwijd een uniform taalgebruik, dat ze vastlegden in het Systeem van Nationale Rekeningen. Als een econoom uit Papoea Nieuw Guinea in Senegal komt en zegt dat hij productiviteit onderzoekt, of investeringen en consumptie, dan weet iedereen wat hij daarmee bedoelt. Economen spreken één taal.

Dankzij dit ‘uniforme woordenboek’ is de macro-economie een gemeenschap geworden, een community. Het is een geoliede machine, die in onze hele maatschappij een coherente boodschap verkondigt. Ik noem dat de GDP multinational. Dat kenmerk van een gemeenschap ontbreekt volledig bij de mensen die zich bezighouden met duurzaamheid en welzijn. De Europese Unie bestaat nu uit 28 landen, die duurzaamheid op 28 verschillende manieren meten. Wetenschappers, Ngo’s en instituten hebben talloze alternatieven voor het BBP bedacht, maar zij zijn onvoldoende georganiseerd en geüniformeerd. Met deze huisvlijt, de cottage industry zoals ik het noem, kunnen we de dominantie van de GDP multinational niet doorbreken. Als we voorbij het BBP willen, moeten we in de eerste plaats één taal hanteren.

Ik denk dat we er in 2030 in geslaagd moeten zijn om tot een nieuw gezamenlijk accounting systeem te komen. Dat lijkt misschien ver weg, maar het kost nu eenmaal tijd om een uniforme taal te ontwikkelen. In het geval van de Nationale Rekeningen duurde dat enkele decennia. Bovendien vind ik dat niet alleen economen en accountants dat handboek mogen schrijven, maar dat ook klimatologen, sociologen en psychologen moeten bijdragen. Het gedachtegoed van de econoom is in dit nieuwe meetsysteem niet meer leidend. Ik pleit voor een multidisciplinair accountingsysteem.

Alternatieven

Binnen de honderden alternatieven die er nu voor het BBP bestaan, zijn een aantal hoofdstromingen te onderscheiden. Een belangrijke methode is het Groen BBP dat in 1972 ontwikkeld werd door William Nordhaus, de winnaar van de Nobelprijs voor de economie dit jaar. Het Groen BBP neemt het BBP als uitgangspunt, maar trekt daar onder andere de milieubelasting van af. Ook voor ongelijkheid en vrije tijd wordt het Groen BBP gecorrigeerd. Deze factoren worden in geld uitgedrukt.

Daarnaast zijn er stromingen waarin het psychologische aspect een grote rol speelt. Hierbij worden de factoren niet in geld uitgedrukt, maar in een waardering van geluk. Je kunt welzijn heel direct waarnemen door het mensen gewoon te vragen: Hoe tevreden ben je over je leven? Dat heet subjective wellbeing. Dergelijk onderzoek leidde tot de ontdekking van de zogenaamde Easterlinparadox. Ondanks het feit dat de economie na de Tweede Wereldoorlog groeide, bleven de geluksscores in rijke landen hangen. Dat riep de vraag op hoe het kan dat geld niet gelukkig maakt na een bepaalde grenswaarde.

Wat is waarde?

In mijn boek beschrijf ik een aantal standaardaccounts voor milieu, maatschappij, economie en de verdeling van brede welvaart in de bevolking. Maar de belangrijkste is een vijfde account, de quality account. De eerste vier zijn beschrijvingen van hoe deze factoren zich ontwikkelen. Hoe hoog is de concentratie van CO2 in de lucht? Hoe is inkomen verdeeld? Hoe groot is de bevolking? Maar of dat goed of slecht is, ligt aan het kwaliteitscriterium dat je hanteert, de waarde die je eraan toekent. Dan kom je weer uit bij de vraag: wat is waarde?

Het toekennen van waarde gebeurt ook in de stroming van de behavioral economics. Deze stroming kijkt niet naar goederen en diensten, zoals bij de welvaartseconomie, maar naar het gedrag van mensen. Wat doen we vierentwintig uur op een dag en hoe waarderen we die activiteiten? Onderaan de lijst staat bijvoorbeeld woon-werkverkeer. Op de één na laatste plek staat werk. Zorgen voor kinderen staat ook verrassend laag. Bovenaan staan dingen zoals seks, meditatie en socializen. Dat geeft een heel andere kijk op het leven. Forenzen doe je met één van je duurste aankopen, je auto. Terwijl meditatie en seks over het algemeen nauwelijks iets kosten.

Bestuurders en toezichthouders moeten verder kijken dan winst. De vraag zou moeten zijn: wat voegt het bedrijf toe en waar trekt het waarde af?

Werk wordt wel weer hoog gewaardeerd als we kijken naar competenties. Gemiddeld gesproken genieten we er niet van, maar het geeft ons wel een gevoel van eigenwaarde, het draagt bij aan onze persoonlijke ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de zorg voor kinderen: hoewel dat vaak als vermoeiend en niet altijd plezierig wordt ervaren, scoort het wel hoog als er gevraagd wordt naar grotere levensdoelen. Welzijn is dus best een complex fenomeen.

Luxeprobleem

‘Bij de omslag naar een nieuw wereldwijd meetsysteem zie ik een grote rol weggelegd voor organisaties als de Verenigde Naties, OESO of Wereldbank. In de jaren na de oorlog namen zij ook het voortouw bij het introduceren van het systeem van Nationale Rekeningen. Een ander voorbeeld is het IPCC, een klimaatveranderingspanel dat door de VN werd ingesteld. Hierin kwamen wetenschappers bijeen om hun inzichten samen te vatten, en daarmee een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen. Deze coherente boodschap heeft er vervolgens toe geleid dat klimaatproblematiek steeds meer is gaan leven in politiek en maatschappij. Een dergelijk traject is voor het meten van brede welvaart en duurzaamheid ook nodig. Het verschil met het invoeren van een nieuw meetsysteem voor welvaart is dat de urgentie niet gevoeld wordt, zoals na de oorlog we het geval was met het invoeren van nationale rekeningen. Het optuigen van een nieuw meetsysteem heeft nog onvoldoende urgentie.

Daarnaast zijn er politieke krachten die zich verzetten tegen de invoering van een ander meetsysteem. In Amerika en China bijvoorbeeld werd de introductie van het Groen BBP stopgezet toen de uitkomsten niet bevielen. Ook ontwikkelingslanden zijn bang dat wanneer de focus van het BBP wordt gehaald, zij niet meer de kans krijgen om economisch te groeien. Westerse landen zijn al zo ver dat ze willen kijken naar welzijn, duurzaamheid en gezondheid, maar derde wereldlanden moeten eerst nog door een fase van groei. In hun ogen is het een luxeprobleem dat je ook andere factoren wil meten.

Waardecreatie

Deze discussie is uiteraard ook van belang voor bedrijven. Welke waarde hebben mijn producten voor mijn klanten? Wat is de waarde van mijn bedrijf? Op welke manier draagt mijn bedrijf bij aan een duurzame maatschappij? Als bestuurder of toezichthouder kun je natuurlijk blijven kijken naar het kostenplaatje: hoe kan ik zo goedkoop mogelijk grondstoffen inkopen, waar kan ik voordelig produceren? Maar het zou verder moeten gaan dan de winst. De vraag zou moeten zijn: wat voegt mijn bedrijf toe en waar trekt het waarde af? In de nieuwe economie is het essentieel dat je uitgaat van het brede begrip van waarde om de juiste strategieën te ontwikkelen.

De True Valuemethodiek is hiervoor een geschikt instrument. We gebruiken de methode nu voornamelijk nog in de gemonetariseerde variant, waarbij we de vertaling maken van waarde naar geld. Dat werkt al heel goed en we bekijken of we de methode kunnen uitbreiden met bijvoorbeeld psychologische aspecten. Welke psychologische of maatschappelijke waarde creëren jouw producten en diensten? We zien dat veel bedrijven de True Valuemethodiek gebruiken om betere beslissingen te nemen. Bijvoorbeeld als het gaat om het versterken van hun groei, door meer op maatschappelijke waarde gerichte innovatiestrategieën, of business cases die vanuit een breder milieu en sociaal perspectief worden beschouwd.

Daarnaast wordt de True Valuemethodiek gebruikt om investeringen ook met een maatschappelijke lens te beschouwen, waarmee de return on investment ook in het licht van megatrends zoals bijvoorbeeld klimaatverandering of materiaal schaarste wordt beoordeeld. Er zijn ook al diverse bedrijven die de resultaten van hun True Valueanalyse in hun jaarverslag communiceren. Hiermee proberen zij meer duiding te geven bij de claims die zij maken over de maatschappelijke rol die zij vervullen, nu en in de toekomst.

Rutger Hoekstra is scientific director True Value bij KPMG. Van 2004 tot 2018 was hij projectmanager en senior statistisch onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hij was voorzitter van de Taskforce for Measuring Sustainable Development (TFSD) van de Verenigde Naties, OESO en Europese Commissie. Ook was hij als expert betrokken bij het parlementaire onderzoek naar brede welvaart van de Tweede Kamer. Zijn boek Replacing GDP by 2030: Towards a common language for the wellbeing and sustainability community verschijnt in mei 2019 bij Cambridge University Press.

Tekst en beeld: RAAD magazine editie 8, december 2018

Deel dit bericht

Deze website maakt gebruik van cookies.

Door gebruik te blijven maken van de website gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

KPMG gebruikt cookies voor o.a. de volgende doelen: beveiligen van de website; optimaliseren van de website en de dienstverlening door o.a. analyses websitegebruik en statistieken; integratie met sociale media waardoor bezoekers informatie op onze website kunnen delen via sociale media en e-mail.

Wilt u meer weten over deze cookies lees dan onze Online Privacy Statement

Akkoord