Arun Sundararajan

‘In plaats van een auto kopen we straks een autorit’

11 Dec 2018

Platforms als basis van de economie. Dat is het uitgangspunt van Crowd-based capitalism, de economische structuur die nu al niet meer weg te denken is. NYU Stern professor Arun Sundararajan legt uit waarom de deeleconomie de toekomst heeft, en hoe we ons erop kunnen voorbereiden.

Delen is van alle tijden, het begrip deeleconomie is niet nieuw. Waarom is er tegenwoordig dan toch zoveel aandacht voor dit fenomeen?

‘De deeleconomie is een uitgebreide vorm van iets dat we al kennen. Delen deden we altijd al. We hebben allemaal wel eens een gast te logeren gehad, voor een vriend gekookt, een familielid een lift gegeven. Maar de ontwikkeling die we nu zien is fundamenteel anders. Waar we voorheen gratis onze diensten en producten deelden met een kleine groep bekenden, doen we dat nu tegen betaling met een veel grotere groep onbekenden. Opschaling en commercialisering zijn de belangrijkste kenmerken van crowd-based capitalism.

Naast bedrijven en de overheid gaan particulieren diensten aanbieden die gebruikmaken van de bestaande infrastructuur. Een goed voorbeeld is Didi Kuaidi in China, een dienst waarmee je een zitplaats in een openbare bus kunt reserveren. Per dag worden hiermee drie miljoen ritten geboekt. Zo’n groot bereik, terwijl er nauwelijks investeringen nodig zijn, is iets totaal nieuws.

Het Franse BlaBlaCar is een wereldwijde dienst die het mogelijk maakt om met iemand mee te rijden. Je hebt hetzelfde voordeel als bij carpoolen, maar dan op grotere schaal en tegen betaling. De flexibiliteit, het groeipotentieel en de bijkomende voordelen, zoals het feit dat je het milieu minder belast en dat je mogelijk nieuwe vrienden maakt, zijn positieve verworvenheden.

Aan de andere kant zie je dat deze nieuwe commerciële diensten botsen met de bestaande economische structuren. Als ik mijn logeerkamer verhuur, zit ik in het vaarwater van hotels. Als ik iemand tegen betaling een lift geef, concurreer ik met taxibedrijven. Deze diensten morrelen aan de bestaande regelgeving en veranderen de arbeidsmarkt. Daar moeten we nog oplossingen voor vinden.’

Is deze transitie een direct gevolg van de digitalisering?

‘Ja, digitale technologie zorgt ervoor dat deze nieuwe ondernemingen zich kunnen ontwikkelen. Dankzij digitale technieken hebben we een wereldwijd bereik, zonder dat grote investeringen in mankracht en fysieke infrastructuur nodig zijn. BlaBlaCar is een wereldwijd transportnetwerk, maar hoeft geen nieuwe wegen te bouwen of rails aan te leggen. De dienst maakt gebruik van de bestaande infrastructuur en kan toch binnen afzienbare tijd een miljoenenpubliek bereiken. Gebruikers hoeven alleen maar over een mobiele telefoon te beschikken en de app te downloaden. Ook een dienst als Uber is niet denkbaar zonder mobiele telefoon. Dankzij deze technologieën komen we in contact met vreemden, het biedt ons een nieuwe basis voor vertrouwen. Zonder deze digitale vorm van vertrouwen zouden we deze schaalgrootte niet kunnen bereiken.’

Waarom is dit vertrouwen zo belangrijk?

‘Ik denk dat mensen elkaar graag willen vertrouwen. Het is een menselijke basisbehoefte om ons met anderen te verbinden. Je vertrouwt je vrienden, je familie, je vertrouwt de mensen in je wijk. Dit vertrouwen was lange tijd gebaseerd op gemeenschappelijkheid en een groot deel van onze commerciële activiteiten vond binnen deze netwerken plaats. Maar met de huidige digitale ontwikkelingen kunnen we gemeenschappelijkheid creëren zonder dat mensen tot dezelfde fysieke gemeenschap behoren.

Mijn definitie van vertrouwen is: de bereidheid om je te committeren aan gedeelde activiteiten, zonder vooraf te weten hoe de ander zich daarbij zal gedragen. Als ik dit in de collegezaal uitleg, moeten studenten altijd lachen omdat ze hierbij aan romantische relaties denken. Je weet nooit zeker hoe de ander zich zal gedragen. Dus zoeken we naar informatie die ons inzicht verschaft. Zo zijn lichaamstaal en de klank van de stem aanwijzingen om iemand al dan niet te vertrouwen. In de commerciële sfeer creëren we vertrouwen door middel van contracten en regelgeving. We maken afspraken die de basis vormen voor onze samenwerking.

Digitale technologieën brengen nieuwe manieren met zich mee om een vreemde te kunnen vertrouwen. De techniek stelt ons in staat onze netwerken te digitaliseren. Niet iedereen op Facebook of LinkedIn is echt je vriend, maar tot op zekere hoogte is dit netwerk een afspiegeling van de mensen die je daadwerkelijk goed kent. Je fysieke netwerk en je digitale netwerk zijn met elkaar verbonden. Dat schept een nieuwe basis van vertrouwdheid.

Een ander aspect is mond tot mond reclame. Dit is altijd een manier geweest om de onzekerheid die er tussen vreemden bestaat te verlagen. Tegenwoordig hebben we deze mond tot mond reclame gedigitaliseerd, in de vorm van reviews. Als vijftig onbekenden in een review schrijven dat een mecanicien hun auto goed heeft gerepareerd en dat hij geen hoge prijzen rekent, is het waarschijnlijker dat je jouw auto ook aan deze monteur toevertrouwt. Ook al ken je deze reviewschrijvers niet. De laatste tien jaar zijn we er goed in geworden om beslissingen te nemen op basis van digitale informatie.’

Hoe beïnvloedt crowd-based capitalism ons systeem van regelgeving?

‘De huidige regelgeving is op sommige vlakken moeilijk te verenigen met de deeleconomie. Voorheen was er geen derde partij, de platforms die tussen de dienstverlener en de afnemer van de dienst staan. Nu die derde partij er wel is, moeten we ons afvragen waar hun verantwoordelijkheid ligt.

Ook hebben we nog altijd het idee dat iemand die ons een dienst verleent een goed getrainde professional is. Een hotelier is opgeleid op een hotelschool. Hij doet dit werk voor langere tijd, niet maar één weekend per maand. We verwachten dus een bepaalde kwaliteit, die is vastgelegd in onze regelgeving. Maar dit is niet langer de enige manier waarop diensten verleend kunnen worden. We hebben het nieuwe scenario waarin iemand een Lyft auto kan besturen voor enkele uren per week. De regelgeving voor taxibedrijven kunnen we hier niet op toepassen. Maar dat wil niet zeggen dat we dan maar alle regels moeten loslaten.

Aan de andere kant moeten we kijken hoe we de problemen die ontstaan efficiënt kunnen ondervangen. Iemand die een Lyft auto rijdt kan bijvoorbeeld een beroerde chauffeur zijn, maar dankzij het review systeem wordt deze chauffeur er snel genoeg uitgefilterd. Dat is het zelfregulerende mechanisme van de platformeconomie. Veel mensen denken dat zelfregulering betekent dat er helemaal geen regelgeving is, dat je kunt doen wat je wil. Dat is niet het geval. Ik denk dat we opnieuw moeten kijken naar wat de overheid kan doen op het gebied van regelgeving, waar de platformen zelf verantwoordelijk voor zijn en welk deel we kunnen overlaten aan de markt.’

Wat zijn de gevolgen voor de arbeidsmarkt?

‘In de traditionele structuur is werken in loondienst het uitgangspunt. Daarbij bieden bedrijven een bepaalde zekerheid. We krijgen betaalde vakantie, de mogelijkheid om zorgverlof op te nemen en bouwen pensioen op. In het nieuwe model zal dit gaan veranderen. De arbeidsmarkt ziet er op de lange termijn interessanter uit: we hebben meer flexibiliteit, meer uitdaging en in potentie kunnen we meer verdienen. Maar die voordelen brengen ook grote onzekerheden met zich mee. Sociale voorzieningen zijn in het nieuwe model niet meer vanzelfsprekend.

Elk land streeft naar groei van het bruto nationaal product, op het eerste gezicht lijkt dat een teken van welvaart. Maar als we echt kijken naar tekenen van vooruitgang, dan gaat het niet meer over geld. Dan worden waarden als de werk-privé balans belangrijk en of er wetten zijn die ons als arbeidskrachten beschermen. We kijken dan naar indicatoren die aangeven of mensen een goed leven hebben.

De structuren die we de afgelopen eeuwen hebben gecreëerd matchen niet meer met het nieuwe model waarin steeds meer mensen onafhankelijk, als eigen baas zullen werken. We moeten opnieuw een balans vinden die garandeert dat er goed voor mensen gezorgd wordt. Daarin hebben de overheid, bedrijven of platforms en individuen een gedeelde verantwoordelijkheid. De driehoek moet worden herzien.’

Hoe kunnen bestuurders en commissarissen zich voorbereiden op de sharing economy?

‘Wat uw business ook is, u moet zich nu al afvragen hoe de platformeconomie uw organisatie gaat  beïnvloeden. Welke digitale ontwikkelingen zijn relevant voor uw industrie? Hoe kunt u actief de beginselen van de deeleconomie in uw organisatie inbrengen? Denk aan personeelswerving, de toegang tot talent. Hierbij worden platformen steeds belangrijker.

Ook kunt u onderzoeken of er nieuwe manieren zijn om te voldoen aan de behoeften van klanten. Stel u bent een autofabrikant en u merkt dat er steeds meer klanten zijn die geen auto willen bezitten, maar ze hebben wel behoefte aan autoritten. Hoe kunt u uw klanten daarin voorzien? Is er een model denkbaar waarin mensen autoritten kunnen kopen, zonder de auto te hoeven aanschaffen?

Het derde advies is: onderzoek wat uw verantwoordelijkheden zijn. Veranderingen in de sociale zekerheid zijn succesvoller en verlopen sneller als de captains of industry dit ook tot hun prioriteit maken. Als bescherming van de beroepsbevolking ontbreekt, leidt dat tot sociale onzekerheid en instabiliteit. Dat willen we voorkomen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van bedrijven en overheid om de beroepsbevolking voor te bereiden op de transitie.

Ik verwacht dat innovatie nog steeds voor een groot deel vanuit bedrijven zal komen. In de toekomst zal een groot deel van uw medewerkers niet meer in dienst zijn, maar op freelance basis voor u werken. Hoe pak je dit op een verantwoordelijke manier aan? Als grote bedrijven over deze vraagstukken nadenken, kunnen ze een voorbeeld zijn voor de andere partijen in de markt.’

Arun Sundararajan is professor aan de Stern School of Business van de New York University. Hij publiceert regelmatig artikelen over de deeleconomie in gerenommeerde kranten en tijdschriften en schreef het boek The sharing economy. The end of employment and the rise of crowd-based capitalism (ISBN 9780262533522). Als zelfstandig adviseur helpt hij organisaties met de transitie naar een platform-structuur.

Tekst en beeld: RAAD magazine editie 8, december 2018

Deel dit bericht

Deze website maakt gebruik van cookies.

Door gebruik te blijven maken van de website gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

KPMG gebruikt cookies voor o.a. de volgende doelen: beveiligen van de website; optimaliseren van de website en de dienstverlening door o.a. analyses websitegebruik en statistieken; integratie met sociale media waardoor bezoekers informatie op onze website kunnen delen via sociale media en e-mail.

Wilt u meer weten over deze cookies lees dan onze Online Privacy Statement

Akkoord